Interpunctie

Aanhalingstekens
Aanhalingstekens (enkele: ' ' en dubbele: " ") worden in drie gevallen gebruikt:
1. om iemand letterlijk te citeren (Jan zei: 'Ik bel je morgen.');
2. om aan te geven dat een of meer woorden niet in de gebruikelijke betekenis worden gebruikt (de 'nieuwe' spelling);
3. om aan tegen dat het woord of begrip zelf en niet de betekenis ervan bedoeld wordt ('Internetten' is een nieuw gevormd werkwoord).
Er is geen regel voor het gebruik van enkele of dubbele aanhalingstekens, maar het is raadzaam om consequent te zijn in het gebruik.

Apostrof
Het weglatingsteken of de apostrof (') wordt gebruikt in de volgende gevallen:
1. Ter aanduiding van een tweede naamval van namen die eindigen op een sisklank: Hans' boek, Bush' begrotingsproblemen, Heinz' gedichten.
2. Wanneer er twee of meer letters wegvallen van een woord. De apostrof komt dan te staan op de plaats waar die letters weggevallen zijn: 's morgens, 's-Hertogenbosch, z'n auto, 't gebeurt. Zo wordt de apostrof ook wel gebruikt om cijfers weg te laten: de jaren '50.
3. Om te voorkomen dat een woord verkeerd wordt uitgesproken. De apostrof komt dan voor de s die een meervoud of een tweede naamval aangeeft: Anna's jurk, baby's eerste woordjes, paraplu's, ski's, royalty's. De apostrof wordt dus niet gebruikt in gevallen als: cafés, niveaus, Jantjes moeder, Maries dochter, Amsterdams nachtleven. Deze woorden worden namelijk zonder apostrof correct uitgesproken.
4. Voor een achtervoegsel bij sommige afkortingen en letterwoorden (tenzij de laatste letter een s of x is, dan komt de apostrof daarna): gsm'etje, HBO'er en VVD'er, maar gsm-toestel, HBO-leerling en VVD-politicus

Hoofdletters
Hoofdletters worden in drie gevallen gebruikt:
1. aan het begin van de zin;
2. als uitdrukking van eerbied (Majesteit, Allah, God);
3. ter aanduiding van eigennamen (mevrouw C. de Jong- van Dam).
Ook alle feestdagen krijgen een hoofdletter (Moederdag, Bevrijdingsdag). Nnamen van bevolkingsgroepen krijgen ook een hoofdletter als de naam verwijst naar een specifiek gebied of als het om een specifiek volk gaat (Fransen, West-Vlamingen, een Groninger, een Palestijn).

Kleine letters

  • bij functies en titels (minister, staatssecretaris)
  • bij afleidingen van persoonsnamen (victoriaans)
  • bij historische perioden (middeleeuwen)
  • bij samenstellingen met de naam van een uitvinder of ontdekker (downsyndroom)
  • als de gedachte aan de eigenaam op de achtergrond is geraakt (gideonsbende) bij een overkoepelende term voor etnische groepen (zigeuner, indiaan)
  • voor aanhangers van een geloof (moslim, jood), maar een hoofdletter om de etnische afkomst aan te duiden (Joden en Palestijnen).

    Dubbele punt
    De dubbele punt wordt gebruikt in de volgende gevallen:
    1. om een citaat in te leiden: Hij zei: 'Dat zullen we nog wel eens zien';
    2. om aan te geven dat er een verklaring, omschrijving, toelichting of conclusie volgt: Jan kan niet komen: hij is ziek;
    3. om aan te duiden dat er een opsomming volgt: Er werd van alles verkocht: stoelen, tafels, kleden enzovoort.
    In het algemeen begint de tekst na een dubbele punt met een kleine letter, maar er wordt een hoofdletter geschreven als na de dubbele punt een geciteerde zin of een eigennaam volgt.

    De puntkomma
    De puntkomma wordt gebruikt in twee gevallen:
    1. om een verband aan te geven;
    2. in opsommingen.

    Interpunctie bij opsommingen
    1. Als de delen zelfstandige zinnen zijn, beginnen ze met een hoofdletter en komt na elk deel een punt (eventueel vraagteken of uitroepteken).

    Voorbeeld:
    In het gesprek van vorige week kwamen drie vragen aan de orde:
    - Willen de partijen nog wel overleg?
    - Waarover moet dat overleg gaan?
    - Is het wenselijk dat een onafhankelijke buitenstaander wordt aangetrokken om dat nieuwe overleg te leiden?

    2. Als de delen uit zinsdelen bestaan, beginnen ze met een kleine letter en komt er na elk deel een puntkomma en achter het laatste deel een punt.

    Voorbeeld:
    Randvoorwaarden waar de school voor moet zorgen, zijn:
    1. leerprocestraining en langzame opbouw van zelfstandigheid;
    2. het in de gaten houden van vorderingen;
    3. een goede werkplek voor leerlingen;
    4. tijdige informatieverstrekking aan ouders.

    3. Als de delen heel kort zijn, kunnen alle leestekens na de dubbele punt achterwege blijven.

    Voorbeeld:
    - een pak lange vingers
    - mascarpone
    - 25 ml amaretto

    De komma
    De regels voor het gebruik van komma's zijn:
    1. Tussen nevengeschikte hoofdzinnen zonder voegwoord komt een komma (zie deze zin), tussen hoofdzinnen met voegwoord komt alleen een komma als de hoofdzinnen erg lang zijn.
    Een hoofdzin in een andere hoofdzin staat, als voorbeeld geven wij er hier een, tussen komma's. Zo'n zin kan ook tussen gedachtestreepjes.
    2. Als een bijzin voorafgaat aan de hoofdzin wordt deze gescheiden door een komma: Nu hij afgestudeerd is, is een droom uitgekomen.
    Tussen twee persoonsvormen komt altijd een komma, behalve als het om een heel korte zin gaat, zoals Wie dit leest is gek.
    3. Een bijstelling staat altijd tussen komma's: Tilburg, de schoonste stad van het land, wordt steeds populairder onder studenten.
    4. Een bijvoeglijke bijzin krijgt altijd een komma aan het eind. Tenzij hij uitbreidend is, dan krijgt hij ook een komma vooraf. Uitbreidende bijzinnen bevatten namelijk een extra mededeling die ook weggelaten had kunnen worden. Het volgende voorbeeld maakt het onderscheid duidelijk: De controller die bezig is met het jaarverslag, mag niet worden gestoord. (Beperkend: van alle controllers die in het bedrijf werken, mag alléén de controller die bezig is met het jaarverslag niet gestoord worden.) De controller, die bezig is met het jaarverslag, mag niet worden gestoord. (Uitbreidend: dat de controller bezig is met het jaarverslag is extra, oftewel uitbreidende, informatie. In dit bedrijf werkt in ieder geval maar één - de - controller en die mag niet gestoord worden.)
    5. Voor een bijzin met 'dat' of 'of' komt alleen een komma als de deelzinnen lang zijn:
    Ze zijn bang dat ze meer vluchtelingen zullen binnenkrijgen.
    Verscheidene staten in de EU zijn bovenal bang, dat ze meer vluchtelingen zullen binnenkrijgen.
    6. Na een element van een opsomming moet een komma komen: Het model bestaat uit vier fasen: een bewustwordingsfase, een experimentele fase, ...
    7. Na een aanspreking komt een komma: Ik wil ervoor pleiten, mevrouw de voorzitter, dat we aan deze kwestie een hoge prioriteit verlenen.
    8. Tussen bijvoeglijke naamwoorden schrijf je een komma: Een goedkope, effectieve oplossing.
    9. Er komt een komma in bedragen en gebroken getallen: Dit artikel kost E52,17.

    Let op
    Er staat geen komma in tijdsaanduidingen: 14.00 u.

    De punt
    Een punt wordt gezet:
    1. aan het eind van een zin;
    2. in en na een afkorting;
    3. in een decimale indeling van een tekst (niet erachter!) zoals bijvoorbeeld 1.1.3;
    4. achter duizendtallen: 74.000;
    5. bij tijdaanduidingen tussen uur en minuut: 5.24 uur.

    Afkortingen
    Voor afkortingen geldt dat er slechts zoveel punten worden gezet als er woorden afgekort worden: ca., jl., o.a., B.V., d.w.z., enz.; ook als de laatste letter van de afkorting de laatste letter van het woord is: mr., drs. Er wordt geen punt gezet na een afkorting die dient als een internationaal symbool voor munten, maten, gewichten en natuur- of scheikundige aanduidingen: E voor euro, cm voor centimeter, C voor graden Celsius en niet na een letterwoord: NOS, UvT, afko. Er wordt evenmin een punt gezet in of achter: cv, tv, wc, p/a, t/m, zo, febr (afkortingen die als afkortingen even bekend zijn als of bekender zijn dan de woorden waar ze voor staan).

    Let op
    Na een titel (op titelpagina of boven een hoofdstuk of paragraaf) wordt geen punt gezet. Ook in adressen staat geen punt.

    vorige volgende